Glastron GT-150

In de film Live and Let Die (1973) maakt James Bonfd gebruik van een Glastron GT150 speedboat in een adembenemende achtervolging door de moerassen van Louisiana. De boot maakt hierbij een recordsprong van 40 meter.

De GT150 die in Live and Let Die werd gebruikt voor de befaamde sprong was gebouwd in 1972 en had een 135 pk Evinrude Starflite motor.

Er waren twee dunne zwarte geleiders aan de romp bevestigd om de boot zijdelings in evenwicht te houden op het lanceerplatform. Om de boot tijdens de sprong in balans te houden was het stuurwiel, dat rechts zat, naar het midden verplaatst. De sprong was voorafgaand aan de eigenlijke opname meer dan honderd maal uitgevoerd om te zorgen dat alles klopte. Glastron bouwde en verkocht voor de film in totaal 26 boten aan de fimmaatschappij.

De volgende feiten zijn afkomstig van de Ian Fleming Foundation, de eigenaar van de originele GT150 waarmee de sprong werd gemaakt:

  • Er werden 26 Glastron-boten gebruikt voor de opnamen van Live and Let Die. Ze kwamen rechtstreeks van Glastron in Austin, Texas. Negen van deze boten waren GT-150's.
  • Vermoedelijk waren niet alle negen GT-150's nieuwe, perfecte modellen uit 1972. Sommige waren waarschijnlijk GT-150's uit 1971 of niet helemaal nieuwe modellen uit 1972. Slechts twee exemplaren dienden nieuw en aangepast voor de filmscènes te zijn.
  • Het enige nog bestaande bewijs dat de Glastron werkelijk in de film is gebruikt is een aankoopnota van de productiemaatschappij. Alle archieven van Glastron uit deze periode zijn verloren gegaan.
  • Er waren slechts twee GT-150's voorzien van een stuurwiel in het midden, een stoel in het midden en houten geleiders onder de romp. Maar er werd uiteindelijk maar één GT-150 gebruikt voor de opnamen. De andere aangepaste versie functioneerde als reserve en was niet in de film te zien. De overige GT's werden gebruikt om de sprong mee te oefenen.
  • Een van de twee GT's met middenbesturing is later weer teruggebouwd naar de standaard besturing aan de rechterkant en daarna verkocht. De andere (die echt in de film te zien is) raakte beschadigd en werd in die staat, compleet met middenbesturing en de stoel in het midden verkocht.
  • Veel GT's die bij de oefensprongen waren gebruikt raakten beschadigd of zonken. (De oefensprongen verliepen niet altijd naar wens).
  • De sprongscène was bijna geschrapt vanwege de vele mislukte oefensprongen en gecrashte boten. De hulp van Tulane University werd ingeroepen om snelheid en balans etc. te berekenen.
  • De definitieve opname van de sprongscène werd gemaakt op 16 oktober 1972. De sprong werd uitgevoerd op basis van de aanbevelingen van Tulane University. Hun berekeningen bleken perfect uit te komen.
  • De eerste sprong met de GT die op film werd vastgelegd was meteen succesvol. Het was de enige sprong die werd gefilmd en hij werd ongewijzigd in de film gebruikt.
  • Een aantal GT-150's bleef behouden. Ze werden door de productiemaatschappij verkocht als 'gebruikte' boten. Alle andere werden teruggestuurd naar Glastron in Austin of naar lokale Glastron-dealers. Er zijn geen serienummers van verkochte Glastron-boten bekend, behalve het nummer van de recordboot.
  • De GT-150 van de recordsprong is officieel gedocumenteerd; van de andere boten is niets bekend. De recordboot is regelmatig te zien op shows over de hele wereld. De schade is gerepareerd - het was een betrekkelijk onbetekenende barst in de glasvezel voor de voorruit. De reparatie werd pas in 1996 uitgevoerd door de huidige eigenaar.
  • De boot die de tweede sprong maakte wist het record van de GT-150 niet te breken of te evenaren.
  • Van de 26 gebruikte boten raakten er 17 beschadigd (daar waren veel GT-150's bij).
  • Drie Glastron CV-19's raakten op één dag beschadigd bij de opnamen van de scène waarin de boot over een gazon glijdt en een bruiloft verstoort (de boten botsten steeds tegen bomen). Er werden naar schatting zes CV-19's gebruikt bij de opnamen. Geen van de CV-19's is gelokaliseerd of geïdentificeerd.
  • Er hebben minstens twee 'Billy Bob'-boten bestaan, die voor de opnamen zijn gebruikt. Het is niet bekend waar zij zich bevinden. - Na de opnamen kreeg de filmploeg als eerste gelegenheid om de gebruikte boten te kopen. Daarna werden de boten aan ieder die dat wilde verkocht. Verscheidene GT's gingen terug naar Austin (misschien waren ze te zwaar beschadigd?), of naar lokale dealers.
  • Er werden na het uitkomen van de film veel Glastron GT-150 verkocht, en de populariteit van de boten nam toe. Maar de meeste, zo niet alle na het uitkomen van de film verkochte GT-150's waren 1973 modellen. Het nieuwe modeljaar 1973 van Glastron begon kort na de opnamen in oktober 1972 en ruim voor het uitkomen van de film in juni 1973.
  • De GT-150 van de gefilmde recordsprong werd afgebouwd op 24 augustus 1972, en werd na de opname verkocht op 16 oktober 1972.
  • De DVD met de nieuwste verbeterde versie van Live and Let Die toont ook beelden van de oefensprongen, plus andere weggelaten scènes. (De moeite waard!)
  • Alle boten uit Live and Let Die werden verkocht met documentatie van de productiemaatschappij over de geschiedenis etc. (Koop gerust de boot en de documentatie - maar neem het verhaal met een korreltje zout, wanneer je zo'n boot 'uit de film' ziet.)
  • Een paar (heel weinig) boten uit Live and Let Die hebben een bekend serienummer en kunnen geïdentificeerd worden. Van de serienummers van de GT-150's is er niet een bekend, behalve dat van de boot van de recordsprong.
  • De GT-150 van de recordsprong werd voor het laatst verkocht in 1996. Hij werd gevonden en gekocht in New York. Hij is te zien op shows en bij evenementen, of op www.ianflemingfoundation.org.
  • Op de filmposter zijn verscheidene op de Glastron GT-150 gebaseerde boten te zien. De boten op het affiche zijn niet precies gelijk aan de GT-150, maar hebben wel dezelfde kleurstelling en een soortgelijk model.
  • Er is ook een Glastron GT-150 gebruikt in de film Outlaw Blues (1977).
Product Code: 
au036

Reactie toevoegen